foto: Bart Van der MoerenZaterdagmiddag werd het feestjaar Turnhout 2012 symbolisch geopend. Symbolisch, want de officiële opening volgt in het weekend van 17 maart. Toch werd er al warm gelopen met een flink aantal speeches. Met een druk op de knop werd in de vooravond de Turnhoutse watertoren getransformeerd tot een vuurtoren: vanaf nu baadt de toren 's avonds in rood licht en waaiert hij een wit licht over de stad rond.
Als smaakmaker publiceren we hieronder een tekst van Karl van den Broeck. Daarin schetst hij de geschiedenis en de verschillende invalshoeken van Turnhout 2012.
Van Randland naar Hartland
In 2012 is Turnhout de Cultuurstad van Vlaanderen. Die titel werd toegekend door de Vlaamse regering en dat is op zich al uitzonderlijk. Turnhout -en de Kempen in het algemeen- kunnen zelden ik rekenen op erkenning vanuit 'Brussel'. (Toegegeven, als er aandacht is, dan is dat vaak voor de culturele uitstraling van de stad. De titel komt dus niet uit de lucht vallen.)
De Kempen - ooit de eerste (mislukte) kolonie van het prille België, ligt aan de rand van het land. Turnhout 2012 is een unieke kans om een einde te maken aan dat gezichtsbedrog. Er is nood aan een perspectiefwisseling. Van Randland naar Hartland. Turnhout, de kleinste centrumstad van Vlaanderen, het hart van de grensoverschrijdende groene regio Taxandria, kan een proeftuin worden voor heel Vlaanderen, ja zelfs voor Europa.
Dat Turnhout de Vlaamse Cultuurstad 2012 is, heeft de stad vooral aan zichzelf te danken. De culturele organisaties rond cultuurhuis de Warande, sloegen in 2007 de handen in elkaar na een oproep van directeur Staf Pelckmans. Hij opperde dat er naast de Europese Culturele Hoofdsteden ook Vlaamse varianten zouden moeten worden gekozen. Staf Pelckmans moest niet ver zoeken naar inspiratie. Een van zijn voorgangers, Eric Antonis, had in 1993 het Europese cultuurjaar in goede banen geleid.
Het Platform Turnhout 2012 ging de boer op en creëerde een breed draagvlak, zowel in de lokale culturele sector als in het middenveld. Ook het Turnhoutse stadsbestuur sprong mee op de kar.
Toenmalig cultuurminister Bert Anciaux was het idee van Turnhout genegen. Hij werd voortdurend geconfronteerd met vragen van steden en gemeenten om extra subsidies vrij te maken om allerlei stadsfestivals te steunen. Door elke twee jaar een Cultuurstad of -gemeente van Vlaanderen (de titel 'hoofdstad' werd al snel begraven) te kiezen, na een objectieve procedure, zouden de willekeur en de politieke druk sterk verminderen. Hij schreef het idee van Turnhout in in het Participatiedecreet.
Op 2 juli 2008 kende de Vlaamse regering, op voordracht van Bert Anciaux, de titel Vlaamse Cultuurstad 2012 toe aan Turnhout. Oostende beet in 2010 de spits af.
Het dossier dat Turnhout in 2008 indiende bij de beoordelingscommissie die de winnaar moest aanduiden, droeg als titel 'Feest in het getemde land'. De motivatie klonk zo: ‘De Kempen zijn in de geschiedenis altijd wat de vuilnisbak voor de rest van Vlaanderen geweest. Hier stuurden ze de gevangenen naar toe, de landlopers, de psychiatrische patiënten en later de illegalen. Zelfs het nucleair afval kwamen ze hier wegstoppen. Daarmee willen we ons nu juist profileren.'
Die ietwat miserabilistische invalshoek sloot aan bij het traditionele beeld van de Kempen als 'wegstopregio'. De initiatiefnemers en het stadsbestuur waren al snel zelf niet meer zo tevreden met die insteek. Ze wilden Turnhout op een positieve manier profileren, zonder de waarheid en de geschiedenis geweld aan te doen. Uit die denkoefening ontstond het concept 'Randland - Hartland' dat centraal zal staan in 2012.
Kempen noodgebied
Er bestaan twee clichébeelden over de Kempen: de 'stille Kempen' en de 'vuilnisbak-Kempen'. Het eerste beeld is erg hardnekkig. De Kempen zijn groen, ongerept, de bevolking bestaat uit koppige landbouwers, de wegen zijn vaak nog zandwegen, er rijdt amper een trein. De mensen spreken er een heerlijk taaltje dat door Jehan en Petrick van Het Peulengaleis onsterfelijk is gemaakt. Nog in dit rijtje passen De Stille Kempen van Armand Preud'homme, de 'purperen hei', de idyllische boerderijtjes die Jacob Smits en Dirk Baksteen schilderen of tekenden, de heimatromans van Emiel Van Hemeldonck en Renier Snieders.
Frans Van Mechelen
Dat het leven in de Kempen geen pretje was tot diep in de twintigste eeuw, is iets wat de huidige generaties te weinig beseffen. De brochure 'Kempen – Noodgebied – Noodaktie' van het Davidsfonds uit 1956 spreekt boekdelen. De toen nog jonge professor Frans Van Mechelen (die in 1968 de eerste Vlaamse minister van Cultuur zou worden en zijn geboortestad Turnhout de Warande zou schenken), schetste er een schrikbarend beeld van de toestand in het arrondissement Turnhout.
De lonen lagen er tien procent lager dan het landelijke gemiddelde, maar van de 55.000 loontrekkenden waren er maar liefst 10.000 werkloos. Wie meer wilde verdienen, ging elders werken: 17.000 Kempenaars werkten in de mijnen of in de 'biet'. Hun kinderen groeiden op bij tantes of grootouders of bij de buren.
Werkdagen van 14 à 15 uur waren voor de helft van de Kempense werkkrachten een dagelijkse realiteit.
“Voor de Kempen in noodtoestand, gaat het om wat meer dan enkel om het dagelijkse brood: in die schrikkelijke economische crisis worden èn zijn volkskracht, èn zijn kultuur èn zijn godsdienst bedreigd. Alle krachten dienen dus samengebundeld te worden om de Kempen te redden door een Noodactie waarin beroep gedaan wordt op elke goede wil.”
De geëngageerde Kempenaars die in die tijd de noodklok luidden, waren toen al van oordeel dat cultuur een cruciale bijdrage kon leveren tot de ontwikkeling van de regio. Toen zag men cultuur vooral als een wapen in de volksontwikkeling. “Kultuur-werking, spreiding van beschavende waarden, kultuur-bundeling zijn in onze Kempen nodig als brood. (…) “Nutteloos is het zich vast te klampen aan het verleden dat dood is als het niet meer leeft in de mens: musea van oudheden zijn begraafplaatsen waar kultuurmummies tot stof vergaan. Wat er aan levende kracht, gegroeid in het verleden doch levend in levende mensen, bewust of onbewust nog schuilgaat in onze Kempische mens, moet de nieuwe kultuur der Kempen vormen.”
Vijftien jaar later, op 24 juni 1971, is er al veel gebeurd. De Amerikaanse investeerders hebben de Kempen ontdekt, er zijn plannen voor nieuwe snelwegen en de levensstandaard neemt toe. Frans Van Mechelen is minister van cultuur en hij spreekt op de viering van de vijftigste verjaardag van de Turnhoutse Maatschappij voor de Huisvesting. De toespraak verdient het om van onder het stof te worden gehaald. Van Mechelen voorspelt er “de eeuw van de vrije tijd” en cultuuroverdacht, cultuurspreiding, cultuurparticipatie staat dan ook centraal in zijn beleid.
“In het parlement heeft men mij ooit gevraagd hoeveel culturele centra er in Vlaanderen zouden moeten worden opgericht. Een eenvoudige berekening laat me het aantal gezinnen in Vlaanderen schatten op een 2.000.500. Wel, zoveel culturele centra hebben we nodig. d.w.z. dat uiteindelijk elk gezin, d.w.z. ook elke woning, een cultureel centrum zou moeten worden.”
Turnhout 2012
Met Turnhout 2012 zijn we volop in die ‘eeuw van de vrije tijd’ beland. In woelige crisistijden dreigt dat voor velen opnieuw een tijdperk van werkloosheid te worden. En net nu rijpen de geesten dat cultuur ook de motor kan zijn van economische bloei. Van Richard Florida leerden we dat creatieve steden ook innovatieve steden kunnen zijn. In de recentste stadsmonitor scoorde de stad inzake werkgelegenheid in de creatieve industrieën, dubbel zo hoog als het gemiddelde van de andere centrumsteden en vier keer zo hoog als het Vlaamse gemiddelde. Creativiteit, in de cultuursector, maar ook in de industrie, de diensten en in de landbouw, leidt tot innovatie. Is het toeval dat Turnhout zowat een abonnement heeft op laureaten in de verkiezingen van de manager of de onderneming van het jaar?
Dat Vic Swerts eind december 2011 in de bloemetjes werd gezet omdat zijn bedrijf Soudal die laatste onderscheiding had binnengehaald, lag voor de hand. Maar dat de gastspreker die avond Turnhout 2012-coördinator Jef Van Eyck was, was opmerkelijk. Bedrijfsleven en cultuursector staan vaak met de rug naar elkaar. In Turnhout is de afgelopen jaren echter hard gewerkt om bruggen te slaan, om samenwerking te stimuleren, om -jawel- win/win's te zoeken.
Creatief zijn is één ding, maar krachten bundelen is zo mogelijk nog belangrijker. Dat is wat Turnhout 2012 probeert te doen. Creatief zijn is één ding, maar krachten bundelen is zo mogelijk nog belangrijker. Dat is wat Turnhout 2012 probeert te doen. Een onafhankelijke vzw, die de volle steun kreeg van de professionele en niet-professionele cultuursector en die nauw samenwerkte met de stadsdiensten, spon een fijnmazig netwerk van mensen en middelen. Hierdoor werd met een relatief klein budget een indrukwekkend programma samengesteld.
Vzw Turnhout 2012 trad niet in de plaats van anderen maar deed anderen samenwerken en stimuleerde (met mensen en middelen, of soms gewoon met een affiche) de creativiteit van anderen. Op het programma staan hoogstaande artistieke projecten van (inter)nationaal niveau, die vooral door de Warande worden aangestuurd. Ook het stedelijk museum Taxandria krijgt een facelift en in de tentoonstelling Turnhout Terminus Turnhout Centraal moet het thema 'randland-hartland' van Turnhout 2012 ook een historische legitimering krijgen. Als er al één investering zeker duurzame gevolgen zal hebben na 2012, dan is het de volledige hertekening van het Taxandriamuseum. En zo krijgt Turnhout ook een beetje zijn MAS of zijn STAM.
Uniek, en helemaal in de geest van Frans Van Mechelen, is het stimuleringsfonds. Met 100.000 euro worden kleinschalige initiatieven van individuele kunstenaars, groepen of verenigingen gesteund. Een campagne 'Wat doet u in 2012?' met peter Stany Crets die ons met een priemende wijsvinger tot actie aanmaant, leverde een stroom van aanvragen. De diversiteit is enorm: kleinschalige tentoonstellingen, muziekoptredens, schoolkinderen die met de Vlaamse Opera 'Carmen' instuderen tot een panoramisch schilderij van Turnhout.
Het watertorenfestival, dat zal plaatsvinden in de beschermde watertoren, maakt Turnhout bewust van zijn (schaarse) onroerend erfgoed. De toren was tot nu gesloten, maar geeft een jaar lang -drie avonden per week- zijn geheimen prijs.
En de regio wordt ook niet vergeten. Een theaterfestival-op-locatie kan alleen maar PLEK heten. Op verborgen plaatsen in de regio -van het militair domein in Tielen tot natuurgebieden- zullen er podiumvoorstellingen zijn. De typisch Kempense spiegeltenten zullen ook een tournee vol ambiance, weemoed en cultuur maken langs de kermissen in de buurt.
Ook al regent het in 2012 een heel jaar pijpenstelen, valt de elektriciteit voor maanden uit en staken de treinen en bussen weken aan een stuk, toch is Turnhout 2012 al van voor de start een succes.Ook al regent het in 2012 een heel jaar pijpenstelen, valt de elektriciteit voor maanden uit en staken de treinen en bussen weken aan een stuk, toch is Turnhout 2012 al van voor de start een succes. De dynamiek die de voorbereidingen hebben teweeggebracht, is enorm. Wanneer de stadsblog Gazet van Turnhout in december 2011 vroeg waar de Turnhoutenaars het meest naar uitkeken, dan was het cultuurjaar met vlag en wimpel het meest genoemde evenement. Door mensen van allerlei pluimage en van alle overtuigingen. Het gebeurt niet vaak dat kunst en cultuur zo vanzelfsprekend is in alle lagen van de bevolking. De keuze van Bert Anciaux om de festiviteiten niet door het stadsbestuur maar door een onafhankelijke vzw te laten organiseren, was ook de juiste. Zeker wanneer het cultuurjaar samenvalt met een... verkiezingsjaar.
Iedereen moet in 2012 de pluimen van het feest op zijn hoed kunnen steken, want Turnhout 2012 is overduidelijk een collectieve prestatie van duizenden mensen in de stad, de stadsregio, de provincie en heel Vlaanderen. De stad Turnhout leverde een grote financiële inspanning en binnen de stedelijke structuur kwam een optimistische dynamiek op gang om samen te werken, boven zichzelf uit te stijgen en fier te zijn.
VIA-ruimte
Turnhout mag dan al aan de rand van het land liggen, de kleinste centrumstad van Vlaanderen ligt ook midden in een grensoverschrijdende groene long die in het noorden begrensd wordt door Tilburg, Eindhoven, Breda, in het oosten door Antwerpen, in het westen door Hasselt en het Roergebied en in het zuiden door Leuven en Brussel. De stad grenst aan Baarle-Hertog/Baarle-Nassau, het dorp dat symbool staat voor heel Europa. Het dorp waar de grenzen zo talrijk zijn, dat ze poreus worden en geruisloos verdwijnen.
De Vlaamse Bouwmeester Peter Swinnen schreef vorig jaar een wedstrijd uit waarin hij architecten opriep na te denken over wat de Vlaamse regio op ruimtelijk vlak kan betekenen binnen Europa. Hij wilde een hoofdstuk 'ruimte' toevoegen aan het grote Vlaamse toekomstproject Vlaanderen in Actie. Een van de pistes betreft een onderzoek naar regio- of grensoverschrijdende gebieden dat de architecturale en ruimtelijke marges van Vlaanderen wil aftasten "om los te kunnen komen van een krampachtige centrumgedachte, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het model van de Vlaamse Ruit. De realiteit heeft ons immers al geleerd dat het centrum niet per se in het midden hoeft te liggen."
Het is een uitspraak die ons in Turnhout nauw aan het hart ligt. Het is niet omdat de treinen niet verder dan Turnhout rijden, dat Turnhout geen knooppunt kan zijn. Wie hier woont, woont in een stad én in het groen. Wie hier onderneemt, zit op een boogscheut van Antwerpen of Brussel. Wie hier komt ontspannen, kan Turnhout gebruiken als uitvalsbasis om de Kempen te bezoeken en te ontdekken. Omringd door natuurgebieden van Europees belang, is Turnhout de groenste centrumstad van Vlaanderen. En wie houdt van spannende kunst en cultuur, kan die hier opsnuiven zonder dat hij per se naar de Grote Stad moet.
Die troeven maken Turnhout unieker dan de Turnhoutenaars vaak zelf beseffen. De neiging om zichzelf klein te maken en niet op te vallen, zou typisch Kempens zijn.Die troeven maken Turnhout unieker dan de Turnhoutenaars vaak zelf beseffen. De neiging om zichzelf klein te maken en niet op te vallen, zou typisch Kempens zijn. Dat beweren alvast de amateur-psychologen en de heimathistorici.
En toch vond in Turnhout een dokter die Janssen heette vier medicijnen uit die nu nog steeds op de lijst van 'noodzakelijke medicijnen' van de WHO staan. Een dokter die Peeters heette vond de eerste veilige anticonceptiepil uit. Karel Van Miert dwong de grootste multinationals op de knieën als Europees commissaris, de Vlaamse theatervernieuwing is ondenkbaar zonder de Warande. Pater Van Mierlo ontdekte Hadewijch, Pieter-Jan De Nef financierde pater De Smet die de vredespijp rookte met Sitting Bull en Jos Vissers was onze beste Belgische bokser ooit. De binken die in 2012 zullen strijden voor de titel 'Grootste Turnhoutenaar' zijn talrijker dan wij en u dachten.
Maar er is meer: het grootste stripfestival en het grootste festival voor wereldfilm ontstonden en groeiden in Turnhout. In de jaren zeventig verspreidden heel wat maatschappelijke vernieuwingen zich vanuit Turnhout naar de rest van het land: het eerste cultuurcentrum, het eerste jeugdcentrum, het eerste Jongerenadviescentrum, een van de eerste wereldwinkel, het eerste homohuwelijk,...
Het Turnhoutse experiment
Turnhout miste in de jaren zeventig als enige arrondissementshoofdplaats de fusie. Pas recent werd duidelijk dat andere steden in de provincie niet wilden dat de stad groter werd. Samen met de drie gemeenten uit de stadsregio (Vosselaar, Beerse en Oud-Turnhout) telt Turnhout meer dan 80.000 inwoners. Dat maakt het tot de vijfde stad van het land. De stad bedient een regio van zo'n 150.000 mensen op het vlak van onderwijs, gezondheidszorg, sociale huisvesting, werkgelegenheid en cultuur.
De afgelopen tien jaar zochten de vier gemeenten van de Stadsregio Turnhout naar manieren om de nadelen van de gemiste fusie weg te werken. Dit institutionele experiment wordt door Vlaanderen erkend als 'proefproject'. En opnieuw zitten we bij 'Randland-Hartland'. De spanning tussen stad en platteland is in Vlaanderen erg groot. Als de steden willen overleven, moeten ze een ruime dienstverlening kunnen aanbieden aan een grote regio. Maar dat vergt solidariteit van de -meestal rijkere- rand. Het kleine Turnhout moet, meer dan andere steden, manieren vinden om de spanning tussen het hart van de stadsregio (de stad) en de rand (de buurgemeenten te verminderen. Het besef dat de hele rand gebaat is bij een gezond kloppende hart, moet daarbij cruciaal staan.
En zo belanden we geruisloos bij... het hert. Turnhout heeft zijn bestaan te danken aan het hert. Deze begeerlijke prooi lokte de adel naar de Kempen en die bouwde een jachtslot in een kleine nederzetting die al ouder was. In 1212 kreeg Turnhout stadsrechten. In de 800 jaar die volgden, werden de Kempen ontsloten, waardoor het jachtgebied van het hert versnipperde en het hert uit onze contreien verdween.
In ons wapenschild zien we een vluchtend hert. Vlucht het hert voor de jager of voor de stad? Enkel wanneer we erin slagen om het hert (het platteland) opnieuw aan ons hart (de stad) te drukken, zal het Turnhoutse experiment slagen. En misschien worden dan ooit niet alleen de Vlaamse schijnwerpers op ons gericht, maar ook de Europese. Turnhout, als cultureel hart van een Europese grensregio.
Grootspraak? On-Kempense stoef? Het is maar hoe u het wilt bekijken. In 2015 mag Mons (Bergen) zich Europese culturele hoofdstad noemen. De stad van Elio Di Rupo telt 92.000 inwoners (omdat de stad wél fusioneerde) en slaat interessante bruggen tussen Henegouwen en Noord-Frankrijk.
In 2018 willen de Noord-Brabantse steden Eindhoven, Breda, Helmont, 's Hertogenbosch en Tilburg zich kandidaat stellen als Culturele Hoofstad van Europa. Waar wacht Turnhout op om zich bij deze beweging aan te sluiten?
Karl van den Broeck, 3 januari 2012




















Reacties
RE: Turnhout 2012: Van Randland naar Hartland — Sam Van Clemen 08-01-2012 23:18 #2
RE: Turnhout 2012: Van Randland naar Hartland — Sam Van Clemen 08-01-2012 22:53 #1