Wat zou u zeggen als u wist dat er al jaren een plan klaarligt om een einde te maken aan de Turnhoutse verkeerschaos? Architect Luc Vanhout maakte een ontwerp dat de stadsregio niet alleen mobieler, maar ook leefbaarder wil maken. Van een achteruithollende gemeente naar een groene Hof van Eden: Parkstad Turnhout bestaat wel degelijk en wil Turnhout nieuw leven inblazen. Gazet van Turnhout laat architect Luc Vanhout zijn geesteskind uiteenzetten in een zesdelige artikelreeks. In dit eerste stuk wordt alvast gewezen op de absolute noodzaak van een nieuwe aanpak.
Karl van den Broeck, verantwoordelijk uitgever van Gazet van Turnhout, legde aan Radio TOS uit waarom de publicatie van dit dossier zo belangrijk is.
Kroniek van een stadsontwerp
Dat mobiliteit in Turnhout een gevoelig dossier is, kan tellen als understatement. Elke inwoner en bezoeker kan beamen dat de stad met grote verkeersproblemen kampt. Welke bestuurder ergert zich niet aan het stilstaande verkeer wanneer een trein het station binnen of buiten rijdt? Wie kent niet het slakkentempo aan de kruispunten op de Turnhoutse Ring? Ook de zwakke weggebruikers blijven op hun honger zitten inzake aangepaste infrastructuur. Ondertussen gaat de leefkwaliteit in het centrum er niet op vooruit. Parkeren is vaak een echte uitdaging, zelfs voor de doorwinterde inwoner. Deze slechte bereikbaarheid heeft uiteraard zijn gevolgen, niet in de laatste plaats voor de horeca en middenstand. Zo vestigen meer en meer kleine handelszaken zich in de omringende gemeentes, want welke buitenstaander durft het centrum van de stad nog te trotseren? Turnhout is letterlijk een vertragende stad, met alle economische, ecologische en sociale gevolgen van dien.
Doorheen de jaren heeft men vanuit verschillende hoeken getracht hiertegen iets te ondernemen. Ook in politieke kringen is men recentelijk overgegaan tot actie met initiatieven zoals het ‘Stedelijk Plateau’ en de ‘Noordboulevard’ (cfr GvT: De Ring: wanneer lost de strop?). Toch hebben deze plannen vaak een fundamenteel gebrek: ze maken geen deel uit van een groter geheel. In het beste geval optimaliseren ze de doorstroming in een bepaalde sector, maar van een totaalplan is geen sprake. Hoe kan het ‘Stedelijk Plateau’ voor een wezenlijke verbetering zorgen, wanneer men tegelijk beslist om de ‘Noord-Zuidverbinding’ voortaan dwars door de stadsregio te laten lopen? Sommige plannen stuiten dan weer op hevige weerstand van de plaatselijke bewoners. In de straten waar de ‘Noordboulevard’ komt te liggen, ontstond al een buurtcomité om het stadsbestuur op andere ideeën te brengen. Zij vrezen enorme overlast voor hun rustige wijk met de komst van een drukke verkeersader. Andere voorbeelden zijn het eenzijdig afsluiten van de Apostoliekenstraat en het plaatsen van twee paaltjes op de Grote Markt. Beide initiatieven hebben enkel tot gevolg dat de overlast naar elders wordt verplaatst. Een strategie waar Turnhout al jarenlang prat op gaat.
Bovenop dit alles zijn er nog de vele klachten over een ander oud zeer: de communicatie vanuit het stadsbestuur schiet zwaar tekort. De roep om het verkeer in Turnhout eindelijk eens fundamenteel aan te pakken, klinkt steeds luider en kan niet langer genegeerd worden. Wie een kijkje neemt op de Vlaamse overheidswebsite www.thuisindestad.be, stuit op een droevige realiteit: de Turnhoutenaar is, in vergelijking met de andere Vlaamse centrumsteden, het minst fier is op zijn stad. Een verzuring die natuurlijk niet kon uitblijven.
Onlangs nog hekelde notaris André Nys in zijn afscheidsrede het totale gebrek aan debatcultuur in Turnhout. Persoonlijke initiatieven worden volgens hem niet gewaardeerd. Wanneer een man die zich jarenlang heeft beziggehouden met de ontwikkeling en leefbaarheid van de stad, zulke vaststellingen doet, stemt dit tot nadenken.
Cavalier seul
Velen weten niet dat er al geruime tijd een plan klaarligt om de stadsregio Turnhout als het ware te herscheppen. Dit plan, ‘Parkstad Turnhout’, tracht niet om de stad met wat lapwerk weer enkele jaren op de been te houden. Het tracht veeleer een nieuwe manier van denken te introduceren, te inspireren. En dit niet uitsluitend voor de stad Turnhout, maar voor de hele regio.
Geestesvader en drijvende kracht achter het plan is Luc Vanhout, leidinggevend architect bij architectenbureau Atelier Vanhout & Ass., sinds kort www.architectsinmotion.be. Zijn naam is nauw verbonden met het Turnhoutse als zoon van architect en ontwerper Carli Vanhout en kleinzoon van provinciaal architect Jozef Schellekens. Vanuit een diepgeankerde familiale interesse hebben zij zich steeds beziggehouden met de stedelijke structuur van Turnhout. Enkele jaren geleden heeft dit Luc Vanhout bewogen zijn verkeersvisie in detail op te tekenen en naar buiten te brengen. Opvallend is dat het ‘Parkstad Turnhout’ geheel op eigen initiatief en belangloos tot stand is gekomen. Het ontwerp kan alvast op grote bijval rekenen bij de verschillende belangengroepen en over de partijgrenzen heen. Dat is een zeldzaamheid in het verdeelde politieke landschap van Turnhout. Tot op zekere hoogte kan men zelfs stellen dat de huidige schepen van mobiliteit, Dimitri Gevers (Sp.a), bepaalde aspecten van ‘Parkstad Turnhout’ genegen is en zekere onderdelen ervan tracht te realiseren. Toch is Luc Vanhout niet over de hele lijn tevreden. Hij wijst op het belang van het totale plaatje: “Voor zover men werk wenst te maken van de stedelijke ontplooiing via verschillende deelprojecten, is het van belang deze op te hangen aan een overkoepelende kapstok. Men moet ‘out of the box’ durven denken en tot een globale visie komen. Die ruggengraat kan er uiteindelijk voor zorgen dat na realisatie van alle lokale projecten, zij samen deel uitmaken van een groter geheel. De stad en de stadsregio vormen een omvangrijk netwerk, niet alleen ruimtelijk, maar ook op het vlak van mobiliteit en functie.”
Luc Vanhout vervolgt: “Het is gekkenwerk om de stad verder uit te bouwen zonder het verkeersprobleem grondig aan te pakken. Dit geldt niet alleen voor het centrumgebied, maar voor de hele stadsregio. Als mobiliteit en leefbaarheid vandaag al een probleem vormen, zal dit op termijn alleen maar verergeren. In Turnhout denkt men te zeer versplinterd en enkel het behalen van snelle resultaten is van tel. Niemand durft het probleem bij de wortel aan te pakken, want een omvattend plan vergt veel moed en leidt langs een pad vol politieke wolfijzers en krokodillen. Misschien wordt het wel een traditie dat jonge en gemotiveerde mandatarissen hun tanden stukbijten op mobiliteit om vervolgens geofferd te worden.”
Met de naam ‘Parkstad Turnhout’ alludeert het plan op de hedendaagse toestand van het Stadspark. Het oorspronkelijke ontwerp van architect Jos Ritzen dateert uit de jaren dertig, maar werd sindsdien aangetast door diverse grote bouwprojecten. Deze kwalijke aanslagen op de ruimtelijke kwaliteit van het Stadspark hebben haar betekenis uitgehold en tot een schaduw uit het verleden gemaakt. Met de benaming ‘Parkstad’ wil Luc Vanhout dan ook de omgekeerde beweging maken en het Stadspark buiten haar grenzen laten treden. In plaats van steeds maar in te krimpen, dient het zich juist over de hele stad te verspreiden.
Ondanks de lovende commentaren, is ‘Parkstad Turnhout’ echter niet bekend bij het grote publiek. Er zijn namelijk ook verschillende tegenstanders van het plan. Hierover later meer. Vooraleer een discussie ten gronde over het voorstel gevoerd kan worden, dient men het eerst te kennen. Het is om die reden dat Gazet van Turnhout in een meerdelige artikelreeks het plan onder de aandacht van het publiek wil brengen.
Vijf voor twaalf
‘Parkstad Turnhout’ heeft niet de bedoeling volledig te zijn, noch te beweren dat de voorgestelde oplossingen de enige en meest juiste zijn. Het concept is vrijblijvend opgesteld en wil in de eerste plaats de huidige problematiek inventariseren en ter inspiratie mogelijke oplossingen voorleggen. Het wenst een discussie op gang te brengen en de aanzet geven tot een nieuwe manier van denken, waarin samenwerking met alle betrokken actoren de belangrijkste rol speelt.
Het is inmiddels duidelijk dat in Vlaanderen een nieuwe dynamiek inzake ruimtelijke planning en stadsontwikkeling op gang is gekomen. Dit is grotendeels te wijten aan de vervanging van de bestaande gewestplannen door structuurplannen op Vlaams, provinciaal en gemeentelijk niveau. Er is een einde gekomen aan de stadsvlucht en alle steden trekken opnieuw meer inwoners aan. De stad wordt niet langer gezien als een onaangename woonomgeving, men is zich daarentegen bewust geworden van de voordelen die ze kan bieden. Vlaamse steden zoals Gent, Mechelen, Antwerpen, Leuven, Hasselt, Kortrijk, Sint-Niklaas, Genk en zelfs Geel geven uiting aan dit nieuwe elan met een waaier aan ambitieuze bouwprojecten en infrastructuurwerken. Bovendien zijn ze ook druk doende om deze plannen in te passen in een totaalvisie, met veel aandacht voor de optimalisatie van de mobiliteit en de leefkwaliteit van de stad. Zodoende geven al deze op stapel staande projecten geen aanleiding tot een volledige verzanding van de stad in kwestie.
Op dit vlak valt Turnhout uit de boot. Men is terecht trots op de geplande werken, maar een overkoepelend plan dat deze deelprojecten op termijn met elkaar moet verbinden, ontbreekt. Wanneer men de huidige verkeersproblemen niet wil zien verergeren, is het van belang dat het bestuur knopen doorhakt en een doordacht beleid voert.
Een dergelijke strategie komt niets te vroeg. Zo ziet het ontwerp voor de heraanleg van de Grote Markt er volledig anders uit wanneer men al dan niet rekening houdt met standplaatsen voor regionale bussen. En wat is het nut van een ‘Stedelijk Plateau’ als de ‘Noord-Zuidverbinding’ niet via de Ring verloopt? Hoe moet men straten herinrichten wanneer een toekomstvisie inzake mobiliteit ontbreekt? Het is met andere woorden vijf voor twaalf voor Turnhout, want op korte termijn staan er enkele grote uitdagingen te wachten:
- de bouw van het ‘Stedelijk Plateau’ ter hoogte van het Stadspark;
- de aansluiting op de ‘Noord-Zuidverbinding’;
- de heraanleg van de Ring en de ontsluitingswegen;
- de ‘Noordboulevard’;
- de heraanleg van de Grote Markt;
- het project ‘Turnova’ op de vroegere Brepols-site;
- het project ‘Le Bon’;
- de recente commerciële ontwikkeling ter hoogte van de Steenweg op Gierle
- bijkomende bedrijventerreinen aan de Veedijk en de Noord Brabantlaan;
- diverse inbreidingsprojecten waaronder bijvoorbeeld de Anco-site, de Bruyne Strijd, etc.
Het is essentieel dat de bovenvermelde projecten tot stand komen binnen een goed uitgedacht totaalplan. Het dichtslibben van de stad zal blijven toenemen wanneer men deze uitdagingen los van elkaar blijft aanpakken. Om dit te voorkomen dient de ene maatregel gekoppeld te zijn aan de andere.






















