Studie: ‘Fusie is geen doemscenario’
door Karl van den Broeck · 4 augustus 2008
De argumenten tegen een fusie van Turnhout met Vosselaar, Beerse en Oud-Turnhout zijn niet onoverbrugbaar en een fusie zou zeker geen doemscenario betekenen. Dat schrijft Stijn Bohez in zijn masterproef De fusieproblematiek in Turnhout’.
‘De vraag of men al dan niet tot een fusie wil komen, zal voornamelijk een politieke keuze zijn, waarbij de vraag of men Turnhout wil laten uitgroeien tot een sterke stad centraal staat en waarbij de vraag hoe sterk die stad moet zijn bepalend zal zijn om het aantal samen te voegen gemeenten te bepalen,’ besluit hij.
Stijn Bohez is geen onbekende voor Gazet van Turnhout. Meer dan een jaar was hij een van de drijvende krachten van deze stadskrant. Begin dit jaar zette hij een stap naar de politiek (hij is nu bestuurslid van de sp.a in Turnhout). Daardoor moest hij zijn journalistieke activiteiten voor Gazet van Turnhout stopzetten. Stijn werkte als student aan de Universiteit Gent wel naarstig verder aan zijn masterproef. Met succes. Zijn werkstuk is een must voor iedereen die begaan is met de toekomst van de stadsregio Turnhout.
De fusie van 1975
In het eerste deel onderzoekt Bohez waarom Turnhout in 1975 naast de fusie greep. Een duidelijk antwoord op die vraag geeft hij niet. De buurgemeenten waren niet voor, maar de bestendige deputatie had wel een positief advies gegeven en de fusie leek dus onafwendbaar. Stijn ontdekte achter dat de Turnhoutse gemeenteraad zelf een vreemde houding aannam. ‘Het door de gemeenteraad van de stad goedgekeurde advies heeft immers een andere teneur dan de discussie die aan deze beslissing vooraf ging. Hoewel het partijbestuur van de CVP zich unaniem achter het plan voor een fusie met vier schaarde, nam burgemeester Boone een genuanceerder standpunt in. In welke mate dit het gevolg was van tactische dan wel inhoudelijke overwegingen, valt vandaag moeilijk te duiden.’ De voorzichtige houding van Boone, die blijkbaar geen vragende partij voor de fusie was, valt moeilijk te verklaren.
Belangrijk is ook dat in die periode de laatste Turnhoutse minister, Frans Van Mechelen, tot aftreden werd gedwongen. Zijn stem viel dus weg in de ministerraad. Ook de negatieve houding van Vosselaar (dat haar liberale burgemeester / senator wilde behouden) was cruciaal. Het njet van Vosselaar, sleurde ook Beerse mee. Tenslotte is er ook een mogelijkheid dat de Mechelse CVP destijds de macht in het kiesarrondissement Mechelen-Turnhout naar zich toe wilde trekken door Turnhout klein te houden.
Hoewel Stijn Bohez geen definitief antwoord heeft gevonden, doorprikt hij wel de mythe dat Turnhout altijd een voorstander van een fusie geweest is.
De toekomst
Stijn Bohez onderzocht ook of een fusie wenselijk zou zijn. Daarvoor nam hij een hele reeks objectieve parameters onder de loep. ‘Als we kijken naar het inwonersaantal van de gemeenten, vinden we hierin geen argument om voor een fusie van de randgemeenten met Turnhout te pleiten. Hoewel deze gemeenten kleiner zijn dan de gemiddelde Vlaamse gemeente, zijn zij in vergelijking met andere Vlaamse en Europese gemeenten niet echt klein te noemen. Toch kan het inwonersaantal een argument vormen een samenvoeging te overwegen. De randgemeenten zijn inderdaad groot genoeg, maar als we het inwonersaantal van Turnhout vergelijken met het inwonersaantal uit de andere centrumsteden, dan stellen we vast dat Turnhout vandaag in principe nog altijd te weinig inwoners telt voor een centrumstad (zijnde 50.000). ‘
De vraag is dus wat primeert: van Turnhout een echte stad maken of de bestuurskracht van de randgemeenten versterken.
Als er een fusie komt, moeten dan alle randgemeenten bij Turnhout aansluiten? Ook daar heeft Stijn zijn bedenkingen bij. ‘Er bestaan immers twee afzonderlijke clusters binnen het regionaal stedelijk gebied, die door een groenzone van elkaar gescheiden worden. De vraag of je Beerse en Vosselaar zou meenemen in een fusie, wordt dus vooral bepaald door de vraag hoe sterk je Turnhout wil maken en hoeveel inwoners deze stad daarvoor moet tellen. Immers het argument dat beide gemeenten een sterke band hebben met de stad hebben, weegt niet zwaar. Immers uit de studie die de stad in 1975 uitvoerde (…) blijkt reeds dat er veel meer gemeenten zijn die een sterke band hebben met Turnhout. Als men dit als argument wil aanhalen om een fusie te verdedigen, moet men de intellectuele eerlijkheid hebben om een fusie met veel meer dan vier gemeenten te verdedigen.’ ( Bohez doelt hier op Ravels en Merksplas, nvdr)’ ‘Wel kan gesteld worden dat wanneer men er voor kiest om ook Vosselaar bij Turnhout te voegen, men dit moeilijk kan doen zonder ook Beerse mee te fusioneren.’
Centjes
‘Financieel biedt een fusie heel wat voordelen voor de middelen die vanuit de centrale overheid naar de stad zouden vloeien. Stijn Bohez werkte op basis van een simulatie van 1993. Zonder fusie had Turnhout dan recht op 8,7 miljoen euro uit het gemeentefonds. Met een fusie zou dat maar liefst 12,3 miljoen euro zijn. (zie tabel onderaan dit artikel)
Turnhout kan ook meer geld krijgen zonder te fuseren. Dan moeten de hogere overheden (provincie, Vlaamse gemeenschap, federale staat, Europa) wel meer geld geven. De randgemeenten moeten dan wel beseffen dat die bijkomende middelen alleen maar op Turnhouts grondgebeid kunnen worden besteed. In geval van een fusie komen de bijkomende middelen ook hen ten goede.
Een fusie betekent wel een belastingsverhoging voor de randgemeenten. Maar niet voor allemaal. De aanvullende personenbelasting moet op 6,83 procent worden gebracht. Dat betekent een daling voor Turnhout en Vosselaar en een stijging voor Beerse en Oud-Turnhout.Â
De opcentiemen op de onroerende voorheffing zouden moeten stijgen naar 1076,42. Dat betekent een stijging voor alle gemeenten, behalve Turnhout.
Politici
Maar wie het meest moet inleveren is… de politiek. Het aantal mandatarissen (gemeenteraadsleden en schepenen) zou maar liefst met 61,97% afnemen wanneer een fusie met vier wordt gerealiseerd. ‘Vanuit een democratisch oogpunt kunnen hierbij echter vragen gesteld worden, ten aanzien van de representativiteit van het bestuur,’ schrijft Bohez. ‘Toch lijkt dit effect vooral negatief voor de politici zelf, eerder dan voor de burger. Kijken we vervolgens naar de geografische spreiding van de politici, dan zien we dat op de kandidatenlijsten de deelgemeenten oververtegenwoordigd zijn, in vergelijkin met de hoofdgemeente. Kijken we echter naar de verkozenen, dan moeten we vaststellen dat deze tendens zich niet doorzet en dat er nog een min of meer evenredige vertegenwoordiging is bij de gemeenteraadsleden, maar dat er een oververtegenwoordiging is van de hoofdgemeente bij de uitvoerende mandaten. Hierdoor bestaat er een risico dat er ook minder aandacht zal zijn binnen het bestuur voor de problematieken van de randgemeenten. Toch moet dit enigszins genuanceerd worden, omdat de oververtegenwoordiging zich voornamelijk voordoet bij het mandaat van burgemeester, het doet zich al veel minder voor bij het mandaat van de schepenen.’
Conclusie
Ik citeer de conclusie in haar geheel:
‘Laat ons tenslotte afronden door ons licht te werpen op de verhouding tussen bestuur en burgers. Hoewel we hierboven een alles behalve volledige evaluatie maakte van deze verhouding, door te kijken naar het aantal inspraakorganen en het aantal informatieactiviteiten, konden we vaststellen dat deze meer voorkwamen in grote dan in kleine gemeenten. Als het gaat om het formele contact tussen bestuur en burger, lijkt het er dus op dat men beter af is in een grote gemeente. Dit neemt natuurlijk niet weg dat het informele contact tussen bestuur en burgers beter zou kunnen zijn in kleine gemeenten. Al kunnen er ook vraagtekens geplaatst worden bij deze vormen van contact. Wanneer het bijvoorbeeld gaat om dienstbetoon en dergelijke meer, zal dit zeker het contact ten goede komen, maar de vraag is of dit binnen een modern en sterk bestuur een wenselijke vorm van contact is. Afsluitend kunnen we zeggen dat we zowel argumenten voor als argumenten tegen een samenvoeging van Turnhout met één of meer van zijn randgemeenten hebben gevonden. Gezien het niet exhaustieve karakter is het niet zinvol om deze tegen elkaar af te wegen en zo tot een balans te komen die naar de ene dan wel de andere zijde overhelt. De argumenten die we vonden tegen een samenvoeging, lijken echter niet onoverbrugbaar en een fusie zou aldus zeker geen doemscenario betekenen. De vraag of men al dan niet tot een fusie wil komen, zal voornamelijk een politieke keuze zijn, waarbij de vraag of men Turnhout wil laten uitgroeien tot een sterke stad centraal staat en waarbij de vraag hoe sterk die stad moet zijn bepalend zal zijn om het aantal samen te voegen gemeenten te bepalen.’
Stijn Bohez heeft een waardevolle en genuanceerde bijdrage geleverd tot het fusiedebat in de stadsregio Turnhout. De feiten liggen op tafel. De gemoederen kunnen nu bedaren. Zoals Stijn Bohez zegt is de fusie een politieke keuze. De vraag is of de stadsregio volwassen genoeg is om in te zien dat Turnhout alleen toekomstkansen heeft als het kan uitgroeien tot een echte stad. Nu is Turnhout te klein om alle centrumtaken naar behoren uit te voeren. De financiële draagklacht is simpelweg te klein. Ofwel komt er een fusie, ofwel komt er meer geld van elders, ofwel verhoogt Turnhout de belastingen (nog eens) ofwel stelt Turnhout zijn ambities bij en zakt het af tot het niveau van een kleinstedelijk gebied. Maar dat laatste zal ongetwijgeld gevolgen hebben voor de hele ‘stads’regio.Â






“…ofwel stelt Turnhout zijn ambities bij en zakt het af tot het niveau van een kleinstedelijk gebied.”
Helemaal op het einde van de tekst staat het dan eindelijk: het gaat hem om de ambities van Turnhout.
Boven je stand leven is niet netjes (iemand zal de rekening betalen).
Flauwe opmerking, Bart.
Als het slecht gaat met Turnhout, dan zullen de inwoners van Oud-Turnhout, Beerse en Vosselaar daar ook hinder van ondervinden. Of zouden er zoveel mensen in de buurgemeenten komen wonen als Turnhout niet al die facilliteiten bood op het vlak van onderwijs, cultuur, welzijn, gezondheidszorg? De lusten en de lasten, nietwaar
Karl, ‘k vind de opmerking van Bart helemaal niet flauw. Op de eerste vergadering ivm de ‘nieuwe’ markt heb ik een oproep gedaan aan alle leden van het stadsbestuur om de beslissing over dit (prestige)project (en de daarmee gepaard gaande kosten) over te laten aan het nieuwe bestuur van na 2012. De huidige bestuursploeg kan zich dan concentreren op de reeds aangegane/bestaande ‘kosten’ (bvb zwembad, schulden ocmw-ziekenhuis) en degene die in opmaak zijn ( bvb fuifzaal, academie op Brepols..).
Jaak
De markt had al 10 jaar heraangelegd moeten zijn
@Karl: sommige straten en zeker stoepen zouden al
kweetnie hoeveel jaren heraangelegd moeten zijn.
De markt is en blijft-zoals het voorgesteld werd op de vergadering in Brepols- een visitekaartje, dus een prestigeproject.
Dringende en noodzakelijke zaken eerst, prestige en visite-kaartjes…als er dan nog geld is (zonder de burger nog verder te pluimen)!
Jaak
Koningin Astridlaan eerst!
@Karl… de lusten de de lasten zeg je… ik hoop dat de nieuwe burgemeester dan toch in de eerste plaats voor minder ‘lasten’ gaat zorgen. Ik neem als voorbeeld de Vrij-dagen – ook weer zo’n prestige-project dat niets, maar dan ook niets te maken heeft met het wijzijn van de Turnhoutenaren, maar puur met imago en status… het enige waar het voor Hendrickx om draait! Ik woon intussen in Oud-Turnhout, maar ben b.v. aangewezen op het openbaar vervoer. Probeer tijdens de maanden juli en augustus maar eens een bus te vinden in of via Turnhout die op tijd rijdt of een correcte dienstregeling. Op de Markt kan je 2 maanden lang geen enkele bus nemen omdat er altijd wel iets te doen is… Je wordt dan doorverwezen naar de Warande waar geen dienstregelingen uithangen van de gewijzigde diensten. Heel professioneel is dat voor een ‘grootstedelijk gebied’ waar ze dan blijkbaar naartoe willen. Dat het stadsbestuur eerst maar eens de ècht belangrijke zaken aanpakt voor ze aan status en prestige beginnen denken. Beter een kleinstedelijk gebied met minder ambities waar de gewone inwoner echt van tel is en waar het goed is om wonen. Ik hoop in ieder geval dat de fusie er nooit komt!
Hola,
en wat is de uitleg voor die ver”engelsing” op deze antwoordbladzijden.
een computerfoutje of bewust zo ingesteld ????
En nu we het hebben over de vrijdagen…ik vindt de overaanprijzing van de fietsenparking op het heilig graf een nogal hypokriete actie.
De stad én de school krijgen de eigen fietsen van de eigen leerlingen nog niet eens op de eigen fietsenparking!!!!!
Als de sta het serieus meent met “menigtecontrole” bij grote evenementen, moeten er mijns inziens aan de gasthuissstraat agenten staan die de fietsen verwijzen naar die parking( of op de parking priba of,enlaat een jeugdvereniging dat uitbaten voor hun clubkas), en zou het niet mogelijk mogen zijn om daar fietsen achter te laten.
Als er ooit een soort paniek komt op de markt, zal de hinder die veroorzaakt wordt door die daar nog steeds aanwezige ambulance en die fietsenberg niet om te lachen zijn….
en ik zal mijn comment dan maar submitten zeker ?
De voorbije dagen werden sommige onderdelen van de website vernieuwd. De nieuwe software moest nog van het Engels naar het Nederlands overgezet worden. Is bij deze gebeurd.
[...] te maken aan de realiteit van het stedelijk gebied.’ Net zoals Stijn Bohoez in zijn masterproef wees de Rynck erop dat de stad al vele honderden miljoenen is misgelopen sinds 1976 omdat ze niet [...]