Van Speldengrond tot Turnhoutse kant
door de redactie · 2 november 2009
Gedurende meer dan 400 jaar werd in Turnhout kant gewerkt. Vanaf de tweede helft van de 18de tot de eerste helft van de 19de eeuw was een aanzienlijk aantal vrouwen en meisjes in dit ambacht tewerkgesteld. Met hun karig loon vulden zij het gezinsinkomen aan. Zij werden thuis opgeleid waar het ambacht van moeder op dochter werd doorgegeven, of in kantscholen.
De vraag naar kant werd gestuurd door de tijdsomstandigheden zoals oorlog of economische crisis, en door de mode. Als gevolg hiervan wisselden periodes van hoge productie en betere lonen zich af met die van overaanbod, lage lonen en werkloosheid. In Turnhout werden verschillende kantsoorten beoefend, wat een voordeel opleverde. De productie werd verder gestuurd door kantkantoren en –handelaren. Op die manier kenden de Turnhoutse producten, zonder daarom als zodanig herkend te worden, een ruim afzetgebied in Europa en de wereld.
De evolutie van de mode in de 20ste eeuw en het steeds verbeteren van machinaal vervaardigde kant luidden het einde van de kantnijverheid in. Merkwaardig genoeg werd – ondanks het ontbreken van de benaming Turnhoutse kant – onze stad één van de belangrijkste productiecentra van het land en het belangrijkste van Vlaanderen.
De aanwezigheid van de nodige expertise en van de kantschool van Ravels zorgden ervoor dat kant in de Turnhoutse academie een nieuwe toekomst kreeg als een kunstzinnige en creatieve tijdsbesteding.
Onderzoek en publicatie
Intussen is duidelijk dat Turnhoutse kant als dusdanig wèl bestaat. Een wetenschappelijk onderzoek door Nora Andries en Lieve Vroom bewijst deze stelling.
Beide dames bestudeerden de evolutie van het kantwerk vanuit de oorsprong in het 17de-eeuwse Antwerpen tot in Turnhout. Lange tijd werd in onze regio voornamelijk de ‘Parijse grond’ geklost. Turnhout drukte er echter zijn eigen stempel op zodat men deze kantsoort zonder enige schroom of twijfel ‘Turnhoutse kant’ kan noemen.
Om de kennis en finesse van vele generaties kantwerksters niet verloren te laten gaan, brachten Vroom en Andries de resultaten van hun studie bijeen in het boek ‘Van Speldengrond tot Turnhoutse Kant’.
Het boek kwam tot stand met medewerking van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring Taxandria. Naast de technische specificaties van de kantspecialisten bevat het bijdragen van Harry de Kok, Luc Huygens, Guido Landuyt en Frieda Sorber.
Auteurs
Lieve Vroom en Nora Andries verdiepen zich al meer dan dertig jaar in het kantwerken. Beiden genoten hun opleiding aan het Technisch Instituut Sint-Maria te Antwerpen en zijn verbonden aan de kantkamer van de Sint-Carolus Borromeuskerk (Antwerpen). Als specialisten geven ze workshops in binnen- en buitenland, voeren ze kantexpertises uit en hebben ze al meerdere publicaties op hun naam staan.
Tentoonstelling
Tegelijkertijd met de voorstelling van het boek opent de gelijknamige tentoonstelling. Deze behandelt de thema’s van het boek. Patronen en technische tekeningen tonen de kenmerken van Turnhoutse kant. Typisch voor deze kanttechniek is een netwerk van verticaal en diagonaal lopende draden tussen de motieven. Rond de motieven wordt een dikke sierdraad geklost, die hier en daar omgeven is door oogjes. Prachtige kantwerken illustreren deze en andere kenmerken.
Ook de voorlopers van Turnhoutse kant worden getoond: werkjes met Antwerpse en Brusselse ‘grond’ uit de 17de en 18de eeuw, alle in Turnhout vervaardigd.
De tentoonstelling bestaat uit kantwerken uit de eigen collectie (Taxandriamuseum), bruiklenen van het Modemuseum te Antwerpen, van de kantkantoren Tuparen en De Wit, en van privé-collecties (o.a. uit Duitsland en van Nora Andries en Lieve Vroom zelf).
Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan het vakjargon van de kantwerksters.
Na een bezoek aan de tentoonstelling zijn termen als armuregrond, tralie en omogen niet langer onbekend.
Om het geheel in een historisch kader te zien, kan men genieten van authentieke filmbeelden van een Turnhoutse dame die een kantwerk opstelt, klost en afwerkt. De figuur in het kantwerk is het wapenschild van Turnhout…of …van speldengrond tot Turnhoutse kant!
Praktische informatie
Van Speldengrond tot Turnhoutse Kant – 27 oktober tot 6 december 2009
De tentoonstelling loopt op twee locaties:
Stadhuis / Erfgoedhuis – Grote Markt 1, Turnhout
Openingsuren:
- dinsdag tot vrijdag: 14 tot 17 uur
-Â zaterdag en zondag: 11 tot 17 uur
- maandag gesloten
De toegang is gratis
Taxandriamuseum – Begijnenstraat 28, Turnhout
Openingsuren:
- dinsdag tot zaterdag: 14 tot 17 uur
- zondag: 11 tot 17 uur
- maandag gesloten
De toegang bedraagt 2,50 euro, -18 jaar: gratis, groepen: 1,50 euro
Nora Andries en Lieve Vroom geven rondleidingen in beide locaties. Reserveren kan via het Taxandriamuseum, 014 43 63 35 – taxandriamuseum@turnhout.be.
Het boek kost 45 euro en kan tijdens de tentoonstelling aangekocht worden.
De publicatie telt 208 bladzijden, heeft een formaat van 220 x 290 mm met een harde kaft en linnen omslag met goudopdruk.
Randactiviteiten
Tijdens de tentoonstelling geven de leerlingen van de kantschool Tuparen doorlopend kantdemonstraties in het Stadhuis/Erfgoedhuis.
Op 15 november 2009 zet TRAM 41 een heuse kantexpertise op touw. Nora Andries en Lieve Vroom bestuderen die dag kantwerkjes van bezoekers en geven een datering en typering. Geen waardebepaling!
Locatie: Stadhuis / Erfgoedhuis, Grote Markt 1, Turnhout
11 tot 12 uur en 14 tot 17 uur
De deelname is gratis. Inschrijven is niet nodig.




