Parkstad Turnhout (3): Van marktplein tot stadsregio
door de redactie · 8 december 2009
Dit is deel drie van onze reeks over mobiliteit (herlees hier deel één en deel twee). Als u de vorige twee afleveringen gelezen heeft, zal u moeten toegeven dat er werk aan de winkel is.
Men is op een punt gekomen om cruciale keuzes te maken, die de mobiliteit van deze en de volgende generatie in belangrijke mate zullen beïnvloeden. Men kan zich bij dit alles ook de vraag stellen hoe het zover is kunnen komen. Een kwestie van gewoonte? Luc Vanhout vergelijkt de kwestie met de aanleg van een tuin: “Na de bouw van de woning, legt men de tuin aan. De bewoner vertikt het echter om de struiken te snoeien, waardoor deze geleidelijk blijven groeien. Voordat hij het beseft, worden het heuse bossen die de woning overwoekeren. Pas bij het wisselen van eigenaar rooit men de struiken en kan de woning opnieuw tot zijn recht komen. Misschien is het bij de stadsregio op dezelfde manier verlopen: jarenlang heeft men de problemen laten betijen tot hun huidige omvang. De stad is uitgegroeid van een marktplein tot een stadsregio, maar de infrastructuur en de organisatie van het stedelijk netwerk zijn niet mee ontwikkeld. Het wordt tijd voor een verandering van eigenaar.”
(dit is deel drie van een zesdelige reeks over mobiliteit in Turnhout. Herlees hier deel één en deel twee)
Recent voerde het stadsbestuur het vorige mobiliteitsplan af. “Terecht”, stelt Luc Vanhout: “Momenteel is men bezig een nieuw mobiliteitsplan op te stellen in opdracht van de stad. De resultaten daarvan zijn nog niet gekend en iedereen kijkt ernaar uit. Mijn studie, Parkstad Turnhout, wenst aanvullend te werken. Ik hoop dat er rekening wordt gehouden met de grote structuren van de stadsregio en de ruimtelijke impact. Verder is het belangrijk dat men zich niet enkel beperkt tot de binnenstad. Men mag niet langer ontkennen dat we een echte stadsregio zijn. Van een ‘marktplein’ in de twaalfde eeuw, naar een ‘stadsregio’ in de eenentwintigste eeuw.”
Vooraleer concrete voorstellen op tafel te leggen is het van belang om kennis te nemen van het ontstaan en de groei van Turnhout. Ongetwijfeld kan men daar waardevolle lessen uit trekken. Tevens dient ment rekening te houden met wat er vastgelegd is in de Vlaamse en provinciale structuurplannen. Wanneer deze lokale en bovenlokale ambities naast elkaar gelegd worden, kan men misschien afleiden waar het met de stadsregio naartoe moet. Wenst men Turnhout tot een economische pool te ontwikkelen of zijn er aantrekkelijkere alternatieven voorhanden?
Zoals het vorige artikel duidelijk heeft gemaakt, zal men deze oplossingen op grote schaal moeten zoeken en niet enkel binnen de Ring. En er is meer: “Iedereen weet dat de samenwerking op het niveau van de stadsregio, tussen de vier gemeentes, niet optimaal verloopt. Er is sprake van moeilijke communicatie, wantrouwen, eigenbelang en bovenal is iedere gemeente nog steeds op zichzelf gericht. Het besef dat zij onderling versterkend kunnen werken is niet doorgedrongen. Op sommige vlakken werkt men zelfs contraproductief. Het gevaar bestaat dan ook dat het nieuwe Turnhoutse mobiliteitsplan weinig oog heeft voor de behoeften van de overige drie gemeenten.”
Vooreerst is het echter van belang te analyseren hoe Turnhout is ontstaan op ruimtelijk vlak. Onderstaand volgt geenszins een cultuurhistorische geschiedenis van de stad. Het is eerder de bedoeling om inzicht te verkrijgen in de groei van de infrastructuur en de daaruit ontstane ruimtelijke schikking. Hoe is dit proces verlopen? Waar is het misschien fout gelopen en hoe ver staan we vandaag?
Ontstaan en ruimtelijke groei van Turnhout centrum.
Aanvankelijk ontstaat de nederzetting ‘Turnhout’ aan de kruising van twee handelsroutes. Dit kruispunt ligt centraal in de Kempen en oefent een grote aantrekkingskracht uit op de omliggende gehuchten, waardoor zich reeds in een vroege fase een concentrisch grid vormt. In de loop van de 12e eeuw neemt de handel sterk toe onder de bescherming van het kasteel van de Hertogen van Brabant. Een besloten jachtterrein, Warande genaamd, omringt het slot. Een erkenning van de sterk gestegen welvaart volgt rond 1212, wanneer Hendrik I van Brabant stadrechten of vrijheden aan de stad toekent.
In de veertiende eeuw geeft de verwoesting van de stad door plunderende troepen aanleiding tot een herschikking van de stadsplattegrond. De contouren van de huidige Grote Markt komen tot stand in deze periode. De gegroepeerde bebouwing geeft aanleiding tot het ontstaan van verschillende publieke gebouwen zoals een stadhuis, kerk en het begijnhof. Ook het kasteel ondergaat verschillende verfraaiingwerken. Gedurende de volgende decennia zet de groei zich door en ontpopt Turnhout zich tot een rijk commercieel centrum. Pas op het einde van de zestiende eeuw komt een einde aan de welvaart door de religieuspolitieke twisten die bekend staan als de Tachtigjarige Oorlog. Het krijgsgewoel, de repressie en de vele epidemieën doen de stadsbevolking met meer dan de helft afnemen. De Kempen blijven verarmd achter.

Na een langzaam herstel en gezapige heropleving, ondergaat Turnhout in de negentiende eeuw een ware transformatie. De afgelegen Kempen komen stilaan uit hun isolement wanneer Napoleon om strategische redenen de weg tussen Antwerpen en Turnhout voltooit. De industriële ontwikkeling en het ontstaan van België bieden verdere kansen wanneer men Turnhout als hoofdplaats van het arrondissement aanduidt. In sneltreinvaart schieten allerlei publieke gebouwen uit de grond, waaronder het gerechtshof, de gevangenis, het nieuwe gasthuis en de watertoren. Verschillende infrastructuurwerken vinden plaats en hertekenen de stedelijke plattegrond. De aanleg van het Kempens kanaal voorkomt een verdere ontwikkeling in de richting van het noorden, waardoor het gebied daar vrij ongerept blijft. De spoorverbinding tussen Herentals en Tilburg legt men ook in deze periode aan. De drukindustrie beleeft hoogdagen en verschillende fabrieksgebouwen doorspekken het Turnhoutse centrum.
Vanaf 1840 legt de nationale wegenbouw de kiem voor het relatieve isolement waarin Turnhout zich vandaag nog steeds bevindt. Ondanks de betere verbindingen doet er zich een verschuiving van belangstelling naar andere assen voor, waardoor de Turnhoutse transithandel een gevoelige klap krijgt.
In de twintigste eeuw neemt het huidige stadsweefsel zijn definitieve vorm aan onder leiding van burgemeester Van Hoecke. Tijdens zijn bestuur neemt men in de jaren dertig het initiatief om een ontwerp te ontwikkelen voor de verdere organisatie en ontwikkeling van de stad. Dit plan, opgesteld door architect Ritzen uit Antwerpen, bepaalt nog steeds in grote mate het hedendaagse uitzicht van de stad en kan tot stand komen door een krachtdadig bestuur en ondanks talloze onteigeningen. Men kan zich de vraag stellen hoe Turnhout eruit zou hebben gezien zonder dit plan. Ook het ontwerp en de uitvoering van het Stadspark dateert uit deze periode. Helaas is het plan Ritzen het laatste voorbeeld geweest van een echte globale visie. Zeker na de mislukte gemeentefusie in de jaren zeventig beginnen de problemen langzaam maar zeker de alarmerende proporties aan te nemen die ze vandaag hebben.
De groei en ontsluiting van Turnhout – weerslag op de huidige stadsregio
Het is belangrijk om stil te staan bij de groei van de stad Turnhout en de effecten op de onmiddellijke omgeving. Hierbinnen neemt de ontwikkeling van de ontsluitingswegen een belangrijke plaats in, samen met de wijzigingen die zich in de loop der eeuwen hebben voorgedaan. Onderstaand overzicht beperkt zich tot het stedelijk gebied zoals de Vlaamse Gemeenschap het erkent: Turnhout, Oud-Turnhout, Vosselaar en Beerse.
Het marktplein op een kruispunt van wegen
De wegen die het kruispunt vormen dat later zou uitgroeien tot de stadsregio Turnhout zijn de volgende:
- Herentalsstraat
- Steenweg op Mol
- Antwerpse Steenweg
- Patersstraat en Steenweg op Oosthoven
Al van in de twaalfde eeuw staan deze routes in voor de ontsluiting van Turnhout. Alle straten zijn op dat moment nog even belangrijk. Van een noordelijke landsgrens is in deze periode nog geen sprake. Men stelt zelfs vast dat de Patersstraat voorzien is van de belangrijkste bebouwing. Wanneer Turnhout uitgroeit tot een stad ontstaat een echt marktplein, de Grote Markt. Door de samenkomst van de vier wegen vinden hier allerhande handelsactiviteiten plaats en dient deze plek als draaischijf voor de mobiliteit in de regio. Door het gebrek aan coniferen in de Kempen is de streek nog maar een schraal heidelandschap en fungeert de kerktoren van de Sint-Pieterskerk als baken voor de omliggende gehuchten. De verbindingen tussen deze gemeenten lopen recht naar het marktplein van Turnhout. Dit verklaart de hoger aangehaalde concentrische en stervormige opbouw van de huidige binnenstad.
Antwerpse Steenweg
Napoleon verzorgt in de negentiende eeuw de aanleg van de Antwerpse Steenweg in de bedding zoals we die vandaag nog kennen. Een lange, brede en rechte weg, vooral met de bedoeling troepen snel te kunnen verplaatsen van zuid naar noord. Vanaf dit moment neemt de ontwikkeling van de stad in westelijke richting toe. Al het verkeer afkomstig uit Antwerpen komt tot op de Grote Markt en verspreidt zich van daaruit over de vier windrichtingen.
Het Kempens kanaal
Een eerste industriële ontwikkeling komt tot stand na de aanleg van het Kempens kanaal ten noorden van de stad. Men voorziet twee zwaaikommen waarlangs nijverheid ontstaat. Diverse bedrijven die instaan voor de exploitatie van natuurlijke grondstoffen zoals klei vestigen zich ter plaatse. Het tracé van het kanaal en de intussen ontstane landsgrens voorkomen een verdere ontwikkeling naar het noorden. De natuur in dit gebied is dan ook ongehavend gebleven, wat vandaag een groot pluspunt oplevert.
Het spoor – tram
Vanaf het ontstaan van België kent Turnhout een grote ontwikkeling. De stad ligt in deze periode op de belangrijke spoorweg tussen Herentals en Tilburg. Opnieuw stimuleert dit de bedrijfsactiviteit. Ondertussen komt ook een tramverbinding tot stand over de Antwerpse Steenweg die tot op de Grote Markt loopt. Van hieruit vervolgt ze haar route over de Steenweg op Mol tot ver buiten Oud-Turnhout. Het hoeft geen betoog dat de Grote Markt op dit moment een belangrijke rol speelt als verkeerswisselaar, ook voor het transitverkeer. De volledige ontsluiting van de Noorderkempen verloopt langs de Grote Markt. Een situatie die niet houdbaar blijft wanneer de regio zich verder ontwikkelt. Ingrijpende maatregelen dringen zich stilaan op.
Het is dus niet meer dan noodzakelijk wanneer men in de jaren dertig plannen ontwikkelt om het centrum te ontlasten. Men bewerkstelligt dit door de toegangswegen tot het centrum buiten de stadskern onderling te verbinden. De ‘Ring’ is geboren en tegelijk ook de eerste ruimtelijk breuklijn tussen Turnhout en de omliggende gemeenten.
De E34
Na de opkomst van de grote internationale assen in de jaren zeventig kan de aanleg van de E34 niet langer uitblijven. Turnhout profiteert van de bijkomende internationale ontsluiting van de regio, maar door de ongenuanceerde wijze waarop men de infrastructuur aanlegt, ontstaan nieuwe ruimtelijke breuklijnen.
De toekomstige Noord-Zuidverbinding
Een nieuwe ontsluiting die er staat aan te komen, is de Noord-Zuidverbinding. Deze route zal een belangrijke impact hebben op de stadsregio, indien men de plannen in hun huidige vorm uitvoert. De aanleg zou gepaard moeten gaan met nieuwe fietspaden, groene stroken, ondertunnelingen en dergelijke meer, maar het is ontegensprekelijk dat dit een nieuwe aanslag betekent op de ruimtelijk eenheid van de stadsregio. De relatie tussen het centrum van Turnhout en de omliggende gemeenten als Oud-Turnhout, Oosthoven, Schorvoort en Zevendonk staat zo al onder spanning.
Op deze afbeelding ziet men in vogelvlucht de ontwikkeling van ‘marktplein’ tot ‘stadsregio’. Opvallend is de afbakening van het huidige stedelijk gebied en de wijze waarop de regionale historische verbindingen de stadsregio doorkruisen. De ruimtelijke implicaties van dit alles zijn overduidelijk.
Stadsregio Turnhout versus Vlaanderen
Het heeft geen zin om allerlei prachtige ideeën en plannen te ontwikkelen voor de regio, wanneer men geen rekening houdt met wat men op provinciaal en Vlaams niveau heeft beslist. Een korte blik op de verschillende structuurplannen is dan ook noodzakelijk.
Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen
Aan de dikte van de lijnen, die de grote economische assen voorstellen, is duidelijk te zien dat Vlaanderen niet de intentie heeft om de stadsregio economisch uit te bouwen. Het structuurplan Vlaanderen stelt:
- De stadsregio maakt geen deel uit van een stedelijk of economisch netwerk.
- Turnhout ligt centraal in een groot aaneengesloten gedeelte van het buitengebied. Hierdoor heeft Turnhout een enigszins aparte plaats gekregen in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Een belangrijk gegeven, want een wijziging kan enkel op Vlaams niveau en dat is men geenszins van plan.
Men kan zich daarom de vraag stellen of het nut heeft om het Kempens kanaal uit te bouwen zoals het Albertkanaal? Dient men het spoor door te trekken richting Nederland en de Brabantse stedenas? Heeft het wel zin om honderden bijkomende hectaren grond om te vormen tot bedrijfs- of industrieterrein? Het antwoord op al deze vragen kan alleen maar ‘neen’ zijn. Als men de ligging van de stadsregio bekijkt ten opzichte van de omringende economische assen en de aanwezige potentie op het vlak van natuur, dan is de keuze van Vlaanderen de enige juiste. Turnhout dient dan ook mee te denken in deze richting.
Het Provinciaal Structuurplan bouwt verder op wat Vlaanderen heeft vastgelegd. Meer nog, men geeft er zelfs een versterkende invulling aan.
Structuurplan Turnhout versus Structuurplan Geel
De unieke positie van de stadsregio Turnhout wordt extra duidelijk wanneer men een vergelijking maakt tussen het noorden en het zuiden van de Kempen. Het werkt verhelderend om de positie van Turnhout eens naast die van Geel te leggen.
Structuurplan Turnhout
De hoofdzakelijk groene kleur van het plan maakt al meteen duidelijk waar men met Turnhout naartoe wil. Men heeft de volgende ontwikkelingsperspectieven opgenomen:
- Trendbreuk in de verdeling van de behoefte aan bijkomende woongelegenheden: 60% in de stedelijke gebieden en 40% in de kernen van het buitengebied, oftewel: de woonfunctie.
- Minimale woningdichtheid: 25 woningen per hectare.
- Differentiatie en verbetering van de woningvoorraad.
- Versterken multifunctionaliteit.
- Kantoren aan knooppunten van openbaar vervoer.
- Afstemmen van voorzieningen op het belang van het stedelijk gebied.
- Bundelen van kleinhandel.
- Optimaliseren van recreatieve en toeristische voorzieningen en medegebruik.
- Zorg voor collectieve en openbare ruimte.
- Behoud en ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden.
- Waarborgen voor landbouw in stedelijke gebieden.
- Behoud en uitbouw van cultureel-maatschappelijke waardevolle elementen in de stedelijke gebieden.
- Stedelijke mobiliteit en locatiebeleid.
De prioriteiten gaan dus vooral naar wonen, groen, cultuur, recreatie, etc.
Op het vlak van verkeersstructuur stelt het plan dat “de E34 wordt aanzien als een hoofdweg, en de R13 (Ring) en de R19 (aanzet tot de Noord-Zuidverbinding) als primaire weg II”. Het is ondertussen evident hoe deze wegen, met een bovenlokale functie, de stadsregio doorkruisen. Let wel: het gaat hier om een transitfunctie zonder toegevoegde waarde voor de stadsregio.

Op het vlak van openbaar vervoer stelt het plan dat “Turnhout wordt geselecteerd als behorende tot het hoofdspoorwegennet, tenminste voor wat betreft het personenvervoer. Het station wordt geselecteerd als hoofdstation.” Koppel daaraan de noodzakelijke busverbindingen en men stelt vast dat de stad de regionale vervoersfunctie zal behouden en desnoods moet uitbreiden.
Structuurplan Geel
Uit het Ruimtelijk Structuurplan van Geel komt vooral het volgende naar voor:
- De kern Geel als structuurondersteunend kleinstedelijk gebied.
- Onderdeel van de ‘Kempische As’
- Economisch knooppunt als stedelijk gebied en als onderdeel van het netwerk van het Albertkanaal.
- Wegennet:
- Hoofdweg: E313 – A13
- Primaire Weg Type I: N19 – N71
- Primaire Weg Type II: R14 – N19 – Kanaalweg
- Secundaire Weg: N19
- Opwaardering en verlenging van de IJzeren Rijn.
- De valleigebieden van de Nete zijn structuurbepalende ruimtelijke elementen.
In het structuurplan benadrukt men dus vooral het economische belang van de regio Geel, als economisch hinterland van de Antwerpse haven.
Is dit verschil in bestemmingen noodzakelijk een slechte zaak? “Wel integendeel”, stelt Luc Vanhout: “Deze twee keuzes kunnen in de toekomst perfect ondersteunend werken, zolang het voor alle partijen maar duidelijk is waar en wanneer men welke accenten dient te leggen. Op die manier ben je geen concurrent van elkaar, maar werk je onderling versterkend. We moeten dus keuzes maken die in sterke mate de ontwikkelingen op het vlak van infrastructuur, mobiliteit en ruimtelijke structuur bepalen.”
Keuzes maken

De ligging van Turnhout, in samenspel met de plannen die men op hoger niveau heeft opgesteld, dwingen tot een fundamentele bezinning over de toekomstige taak van de stadsregio Turnhout. Allereerst dient men zich af te vragen wat men niet heeft en ook nooit zal krijgen:
Zwaktes
- De stadregio is niet gelegen in de gouden ‘driehoek’ tussen de steden Brussel, Gent, Antwerpen met daarbij Leuven en Mechelen.
- De stadsregio is evenmin gelegen op de economische verbinding tussen Antwerpen en Nederland.
- De economische as tussen Antwerpen en Duitsland ligt te ver naar het zuiden om voordeel op te leveren voor Turnhout. Herentals en Geel kunnen hiervan wel profiteren.
- De Brabantse stedenas tussen Breda, Tilbug en Eindhoven, op de route van de Rotterdamse haven naar het Duitse Ruhrgebied, ligt ook te ver naar het noorden.
Kortom, de Turnhoutse stadsregio ligt in een soort van ‘dode economische driehoek’. Het is dan ook zinloos om dezelfde ambities te ontwikkelen als de omringende regio’s, die zich wel op deze economische assen bevinden. Misschien liggen de sterktes elders?
Sterktes
- Onderwijs
Turnhout beschikt al sinds generaties over een van de grootste concentraties van degelijke onderwijsinstellingen. Dagelijks komen duizenden leerlingen van heinde en ver, samen met het bijhorend onderwijzend personeel naar de centrum van onze regio. Dit veroorzaakt een enorme aantrekkingskracht en zorgt dagelijks voor de nodige activiteiten in het centrum.
- Cultuur
De Warande is niet alleen het eerste, maar waarschijnlijk ook het best functionerende cultureel centrum van Vlaanderen.
- Groen en natuur
Er is een enorm potentieel aan groene ruimte, vooral ten noorden en ten oosten van de regio.
- Sport en vrije tijd
Er zijn veel mogelijkheden, rekening houdend met wat aanwezig is in de vier gemeentes, op het vlak van sport en vrije tijd.
- Gezondheid
De stadsregio geniet van een goed uitgebouwde gezondheidszorg.
- Handel en horeca
Het centrum van de regio is steeds een belangrijke speler geweest op het vlak van handel en horeca. Ondanks een zekere terugval in het laatste decennium, niet in de laatste plaats door de verkeersproblemen, kan men dit op termijn zeker nieuw leven inblazen.
- Werkgelegenheid
De bestaande industriële activiteiten dient men te consolideren. De aanwezige bedrijven moeten alle faciliteiten krijgen zodat ze hun activiteiten verder kunnen uitbouwen. Tevens kan men vaststellen dat Turnhout geen traditie heeft op het gebied van kantoorgebouwen. Een gemiste kans, want de stadsregio biedt een uitgelezen kans, zeker met het oog op eventuele toekomstige kwaliteiten als woonstad, aan bedrijven als Telenet, coördinatiecentra of call centers. Kantoren die niet noodzakelijk in economische centra gesitueerd moeten zijn kan men idealiter in Turnhout vestigen, waar vele werknemers woonachtig zijn. Dit creëert zowel voor de werkgever als werknemer enorme voordelen, niet in het minst voor wat de mobiliteit betreft.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld de stad Geel, die door haar ligging op de economische as tussen de haven van Antwerpen en Duitsland een enorm voordeel geniet op het vlak van logistiek, zal Turnhout andere accenten moeten leggen. Dit is een goede zaak, want op die manier kunnen de twee steden, in de toekomst voorzien van een vlotte Noord-Zuidverbinding, versterkend werken.
Wonen
De stadsregio ligt net als Geel in het hinterland van Antwerpen, maar beschikt over totaal andere troeven. Men kan zich dan ook verheugen over het feit dat het bestuur ondertussen voluit de kaart van de woonfunctie heeft getrokken. In de toekomst zal zich dit vertalen in een hoger inwonertal. Het is daarom noodzakelijk dat alle besturen zich concentreren op de uitbouw van een infrastructuur om al deze nieuwe bewoners op een professionele manier te ontvangen.
Na deze drie inleidende hoofdstukken is de weg vrijgemaakt om Parkstad Turnhout, het plan van Luc Vanhout, voor te stellen. Dit zal gebeuren in twee delen. Het eerste hoofdstuk benadert de stadsregio rekening houdende met haar ligging in Vlaanderen en Europa. Hierin komen de bovenlokale verbindingen aan bod. Het tweede hoofdstuk focust zich op de mobiliteit binnen de stadsregio met aansluitend een verfijnd model voor het centrum van de stad Turnhout, binnen de Ring.
Aan de lezer kunnen wij enkel nog wat geduld vragen. Het is duidelijk dat Luc Vanhout niet wil vervallen in ‘knipgedachten’ met oplossingen op korte termijn, maar dat men het geheel in een groter perspectief dient te plaatsen. Dit is ondertussen gebeurd. Het programma van eisen is vastgelegd, het kader geschetst en de ambities zijn afgebakend. Het is tijd voor Parkstad Turnhout.





















[...] leefbaarheid van de stadsregio. Na de voorbereidende hoofdstukken (herlees hier deel 1, deel 2 en deel 3) te hebben doorworsteld is het eindelijk tijd voor de concrete maatregelen die Luc Vanhout met [...]
[...] de vorige aflevering (herlees hier deel 1, 2, 3 en 4) kon je lezen hoe de stadsregio van alle bovenlokale verbindingen ontdaan kan worden, zonder [...]