VRIJE TRIBUNE CD&V: ‘We laten Stedelijke Handelsschool niet vallen’

door de redactie · 12 March 2010


CD&V-Turnhout  verspreidde een mededeling naar aanleiding van de beslissing om het SHT in het stedelijk net te behouden.

De volledige mededeling

Cd&V betreurt ten zeerste dat wij de stedelijke handelsschool niet kunnen overdragen aan het vrije net, wat volgens ons nog altijd de beste keuze is. De keuze die het dichtst aansluit bij de huidige eigenheid van de school.

Een overeenkomst met onze coalitie partner was niet mogelijk.
Volgens hen bood het gemeenschapsonderwijs (GO!) de meeste voordelen, vooral financiële voordelen en beloftes naar personeel en studierichtingen.

Voor Cd&V heeft steeds de eigenheid in het Turnhoutse onderwijslandschap, de toekomstperspectieven voor de school en de voorkeur van leerlingen, ouders, leerkrachten en directie de basis gevormd om een overstap naar een scholengemeenschap van een ander net in overweging te nemen.

De SHT heeft jaren lang gewerkt volgens de leerplannen van het vrije onderwijs en heeft hier ook altijd nauwe contacten mee onderhouden, onder meer via allerlei samenwerkingsverbanden en een gezamenlijk CLB. Instroom van leerlingen en leerkrachten komt vooral uit  het vrije onderwijs, waar ook in aantal veruit de grootste rekruteringsmogelijkheden liggen.

Er is het advies van de schoolraad die zeer duidelijk kiest om toe te treden naar het vrije onderwijs. De schoolraad die toch een vertegenwoordiging is van leerlingen, ouders, leerkrachten en directie.

Als we naar de geschiedenis kijken van het GO! in onze stad, dan zien we dat het aantal leerlingen daar drastisch gedaald is,terwijl in een demografische terugval de SHT en het vrije onderwijs sinds 1980 meer leerlingen bij kregen.

Onze coalitiepartner vindt het een voordeel om de grootste school te zijn in een gemeenschap. Volgens CD&V is dit een nadeel. Toetreden tot een kleine scholengemeenschap, levert voor de SHT geen bijkomende dynamiek. Daarenboven heeft de school geen bestaande affectie of aanknopingspunt met de centraal gestuurde aanpak die binnen het GO! gehanteerd wordt.

In het vrije onderwijs is iedere school een aparte eenheid, die volgens eigen regels kan werken ( mits zich te houden aan leerplan en beperkte financiële regels). En vooral belangrijk voor de school : waar zij ondersteuning kunnen krijgen vanuit een grote scholengemeenschap.

De werkzekerheid naar leerkrachten en onderhoudspersoneel wordt gewaarborgd door het GO! Dit is zeker een pluspunt, maar houdt ook in dat zij in andere scholen kunnen terechtkomen dan deze waar zij vandaag werken of les geven.

In het vrije onderwijs is de benoemingsgraad zeer hoog, maar we praten voor onze Turnhoutse regio dan ook over 7000 leerlingen tegenover 900 in het GO!. Het aantal leerkrachten dat je dan nodig hebt is wel een zevenvoud van die van het GO!. Ondanks de hoge graad van benoemingen heeft het vrije onderwijs een veel ruimer aanbod.

Het behoud van de richtingen wordt gegarandeerd door het GO! terwijl het vrije net zegt dat dit  binnen de gemeenschap overlegd zal worden, met een gelijkwaardige inbreng vanuit de handelsschool.

Wij zijn van mening dat goede bestuurders een realistische benadering rond het aanbod binnen één scholengemeenschap alleen maar kunnen toejuichen.Richtingen en klassen moeten voldoende leerlingen   tellen.  Een school moet kunnen inzetten op zijn sterktes, keuzes maken als het moet, zoals ook de stad als inrichtende macht in het verleden met de handelsschool heeft gedaan. Beloftes naar het behoud van alle richtingen kunnen door de realiteit achterhaald worden.

Het vrije onderwijs heeft tot op heden, door de goede samenwerking met het stedelijk onderwijs, nooit een poging gedaan om de nieuwe richtingen van de handelsschool aan te bieden. Er is ook geen versnippering op dit moment en het risico is klein dat richtingen zullen wegvallen bij overdracht naar het vrije onderwijs.

Naar financiën toe kunnen wij alleen maar beamen dat het GO! meer middelen kan aanbieden dan het vrije net op dit moment.
Tot op heden heeft het beperktere budget van de SHT zeker niet geleid tot minder kwaliteit van onderwijs, integendeel. En het is ook geen zekerheid dat meer middelen evenredig lopen met kwalitatieve verbeteringen van het onderwijs, niettegenstaande betere infrastructuur.

Het laatste punt dat ons dan nog rest is het pluralisme. Als CD&V zijn wij van oordeel dat het pluralistisch karakter van een school niet alleen gerelateerd is aan het aanbod van verschillende godsdienstkeuzes. Het heeft meer te maken met een maatschappijvisie die open staat voor pluralisme, en die vinden we zeker ook terug in het vrije onderwijs.
Het vrije onderwijs bevestigt dat leerlingen die nu een andere keuze gemaakt hebben dan katholieke godsdienst (42%) tot het einde van hun loopbaan in de SHT dit ook verder kunnen blijven volgen. Het grootste gedeelte van deze 42% volgt zedenleer, waarvan het programma in grote mate aansluit met dat van godsdienst in het secundair onderwijs.  Blijven nog over de islamitische en protestantse godsdienst.

Uit cijfers blijkt alleszins dat er in de vrije scholen nu ook reeds een groot aantal islamitische leerlingen zitten, waaruit blijkt dat het vak godsdienst  zeker niet de doorslag geeft bij de meeste ouders om hun kinderen al dan niet naar een vrije school te sturen voor het secundaire onderwijs.

Niettegenstaande lange besprekingen en uitgebreide rapporten zijn wij niet tot een consensus kunnen komen binnen de meerderheid om de stedelijke handelsschool over te dragen naar het vrije net. De CD&V kiest daarom voor continuïteit en wil in rustige vastheid het bestuur van de stad niet in het gedrang brengen met een dossier waar de coalitiepartners een verschillende weging geven aan de verschillende criteria van het onderwijsdossier. Wanneer blijkt dat onze doelstellingen niet gehaald kunnen worden zonder bruggen op te blazen of als we daardoor de stad  bestuurloos achter laten, lijkt het ons in het belang van de stad en zijn bevolking verstandiger nu de discussie te stoppen en de sereniteit terug te laten keren in en om de school en dit dossier.

Daarom hebben wij besloten dat de stad als inrichtende macht van de handelsschool haar rol zal blijven opnemen.  Het is volgens CD&V niet de beste keuze, maar het is voor ons de tweede beste en haalbare oplossing.  Ook in het verleden werd reeds twee maal de optie onderzocht om toe te treden tot een scholengemeenschap. Ook toen werd uiteindelijk gekozen om niet toe te treden. Dit is gelet op de eigenheid en de kracht van de school en het geloof van de stad in de school achteraf geen slechte keuze gebleken.

Als CD&V zijn we ervan overtuigd dat, niettegenstaande wat anderen zullen beweren, dit geen slechte keuze is. De school heeft heel wat troeven die ze met de steun van de stad verder kan blijven uitspelen. Beide voorstellen van overdracht naar de ene of de andere scholengemeenschap hielden koerswijzigingen in van de huidige werking. In welke mate deze een negatief of positief effect op het leerlingenaantal en de eigenheid van de school zouden hebben blijft onvoorspelbaar. De school heeft in haar 50-jarig bestaan door haar eigenheid een stevige positie ingenomen in het Turnhoutse onderwijslandschap. Een positie die ze verworven heeft mede dankzij de steun die CD&V altijd aan deze school heeft gegeven. Wij zullen de Stedelijke Handelsschool ook nu niet laten vallen.

Als CD&V doen wij de toezegging om de school ten volle te blijven ondersteunen, zodat ze haar goede werking naar behoren verder kan zetten.

CD&V- afdeling Turnhout
Josiane Driesen, voorzitter CD&V-afdeling Turnhout

  • Share/Bookmark

Gerelateerde artikels:

  • Geen gerelateerde artikels
  • Reacties